-
Train
niet te vaak. Spieren herstellen en groeien als je rust,
dus niet terwijl je traint. Je kunt een bepaalde spiergroep
pas weer trainen wanneer het zijn kracht terug heeft, oftewel
wanneer je geen spierpijn meer voelt.
-
Train
niet te licht. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken
dat spieren gaan groeien wanneer er spiercellen beschadigd
zijn. Om deze spiercellen af te breken en zo de groei van
de spieren te bevorderen, moet je niet te licht trainen. Voor
enig resultaat moet je gewichten nemen die zo zwaar zijn dat
je series kunt maken van hoogstens 12 tot 15 keer. Een enkele
keer afgewisseld met gewichten waarmee je niet meer dan 4
tot 6 keer de oefening kunt doen.
-
Voer
de oefeningen uit met de juiste techniek. Gooi niet
met de gewichten. Zo voorkom je blessures.
-
Doe
een warming-up van 10 tot 15 minuten voor je training.
Zo voorkom je blessures.
-
Vergeet
niet om adem te halen. (Geloof het of niet, veel mensen
houden hun adem in). Adem uit tijdens krachtinspanning.
-
Train
grote spieren eerst (benen, rug, borst) vóór de kleinere
spieren.
-
Probeer
te stretchen. (Na je training zodat je al opgewarmd
bent, het bevordert herstel).
-
Train
niet langer dan 1 tot 1,5 uur.
-
Train
regelmatig. Het is beter om consequent 2 of 3 keer
per week te sporten, dan onregelmatig. Ook moet er vooruitgang
zijn in je trainingen. Om het beoogde resultaat te behalen
moet je regelmatig je schema verhogen: meer series, langere
series of zwaardere series. Je spieren worden zodoende gedwongen
om sterker te worden.
-
Verander
je trainingsschema of manier van trainen regelmatig. Zo
blijven je spieren steeds nieuwe 'prikkels' krijgen. Je lichaam
wordt steeds efficiënter in het aanpassen aan de nieuwe routine.
Je kunt bijvoorbeeld variëren met het aantal series, de snelheid
waarmee je ze doet, met het gewicht of met de oefeningen zelf.
Zo blijf je zelf ook plezier houden in het sporten en voorkom
je dat het een sleur zou kunnen worden.